Besluiten van nationale mededingingsautoriteiten hebben bindende kracht voor de nationale rechter en moeten worden toegelaten als volledig bewijs voor de civiele rechter dat een inbreuk (onrechtmatige daad) heeft plaatsgevonden.

Met een definitief inbreukbesluit van een nationale mededingingsautoriteit staat dus de schending van het mededingingsrecht onweerlegbaar vast in een civiele schadevergoedingsprocedure.

Andere lidstaat

Indien in het kader van een schadevergoedingsactie voor een nationale rechter een beroep wordt gedaan op een definitief besluit van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat, dan kan dat besluit worden gebruikt als een prima-facie bewijs van het feit dat zich een inbreuk op het mededingingsrecht heeft voorgedaan.
Dit is dus een lichter bewijs(vermoeden) dan in geval van gebruik van een inbreukbesluit van een ‘eigen’ mededingingsautoriteit.

NB De implementatietermijn van de Richtlijn 2014/104/EU loopt af in december van dit jaar. In bovenstaand artikel is wel rekening gehouden met de inhoud van de Richtlijn maar niet met de precieze wijze waarop lidstaten (in casu NL) deze in wetgeving hebben omgezet.