Gemeenschappelijke inkoop door een brancheorganisatie ten behoeve van haar leden of het onderhandelen van bijvoorbeeld ledenkortingen is in beginsel mogelijk.

Bij de beoordeling of gemeenschappelijke inkoop mededingingsrechtelijk toelaatbaar is, dient rekening gehouden te worden met factoren die duiden op mogelijke concurrentieverstoring, zoals:

  • De vraag of sprake is van aanzienlijke inkoopmacht;
  • De vraag of inkoop zich tevens vertaalt in gelijke verkoopprijzen. Dit kan het geval zijn indien in belangrijke mate sprake is van identieke, gemeenschappelijke kosten;
  • De vraag of leden gedwongen worden om via de brancheorganisatie in te kopen.