Het was voor een slachtoffer van een kartel of een andere mededingingsinbreuk niet makkelijk om schade vergoed te krijgen. Het internationale karakter van de kartelzaken, de benodigde juridische en economische kennis en toegang tot bewijs maakten claims lastig en zorgen nogal eens voor onverwachte uitkomsten. De nieuwe richtlijn van de Europese commissie moet het makkelijker maken om geleden schade ook daadwerkelijk vergoed te krijgen.

De richtlijn bevat bepalingen over toegang tot bewijsmateriaal, de bewijsfunctie van besluiten van mededingingsautoriteiten, verjaringstermijnen, het doorberekeningsverweer (passing-on verweer), de causaliteit tussen een overtreding en de schade en hoofdelijke aansprakelijkheid van overtreders. Het maakt hierbij in principe niet uit of kartelslachtoffers individueel of collectief hun schade claimen.

Toegang tot bewijs

De richtlijn geeft nationale rechters de mogelijkheid om op verzoek van partijen bewijs te vorderen van bedrijven waartegen een schadeclaim is ingediend. De rechter moet ervoor zorgen dat het vrijgeven van bewijs proportioneel gebeurt, en waarborgen dat er zorgvuldig wordt omgegaan met vertrouwelijk materiaal.

Bewijskracht nationaal inbreukbesluit

Wanneer een nationale mededingingsautoriteit een inbreuk heeft gevonden, dan vormt dit in de betreffende lidstaat automatisch een bewijs dat betrokkenen kunnen inroepen voor de nationale rechter. Ook besluiten van mededingingsautoriteiten van andere lidstaten komen hiervoor in aanmerking.

Verjaringstermijn

Getroffen partijen hebben nadat zij de inbreuk van mededingingsregels hadden kunnen ontdekken ten minste vijf jaar de tijd om een schadeclaim voor de rechter te brengen, of ten minste één jaar nadat het besluit van een mededingingsautoriteit dat de inbreuk vaststelt definitief is geworden.

Volledige schadevergoeding

Om te garanderen dat getroffen partijen hun volledige schade vergoed krijgen, kunnen zowel geleden verlies als eventuele gederfde winst worden teruggevorderd. Daarnaast bevat de Richtlijn de veronderstelling dat kartels schade veroorzaken, iets wat voorheen vaak moeilijk te bewijzen bleek. Alle partijen die hebben deelgenomen aan een inbreuk zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de ontstane schade.

Ook bedrijven die lager in de distributieketen staan kunnen volgens de Richtlijn aanspraak maken op schadevergoeding, indien een inbreuk hogerop in de keten heeft geleid tot ongerechtvaardigde prijsstijgingen die werden doorgegeven.

Ten slotte voorziet de richtlijn in conflictbeslechting tussen partijen, om een snelle en efficiënte beslechting van geschillen te garanderen.

De lidstaten van EU moeten voor 26 november 2016 de richtlijn, voor zover nodig, omzetten in hun nationale wetgeving.

Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken