Als decentrale overheden ondernemingen subsidiëren om innovatie en de kenniseconomie te stimuleren, kunnen zij in aanraking komen met de staatssteunregels voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I). Staatssteun voor O&O&I is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt als deze aan bepaalde voorwaarden voldoet.

Met de Kaderregeling voor Onderzoek, ontwikkeling & innovatie (‘Kaderregeling O&O&I’) wil de Europese Commissie de concurrentiepositie versterken. Eurocommissaris Almunia over de nieuwe regeling:

“Research and innovation are key for growth and the competitiveness of our European economy. However, highly innovative projects often carry high risks and may not be implemented due to funding gaps. The new framework will help to overcome such market failures and foster a smart use of public resources for research, development and innovation activities, in complement to private funding.”

De nieuwe regelgeving bestaat in de eerste plaats uit een verruiming van steunmaatregelen voor O&O&I. Die steunmaatregelen kunnen op basis van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening door (decentrale) overheden worden verleend aan ondernemingen zonder dat eerst te hoeven melden bij de Europese Commissie.

Wat is er veranderd?

In de nieuwe regelgeving zijn de belangrijkste veranderingen:

  • Verhoging  drempelbedragen O&O&I-steun in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening
    • Fundamenteel onderzoek: € 40 miljoen (was € 20 miljoen)
    • Industrieel onderzoek: € 20 miljoen (was € 10 miljoen);
    • Experimentele ontwikkeling: € 15 miljoen (was € 7,5 miljoen).
  • Verruiming reikwijdte Algemene Groepsvrijstellingsverordening
    • Ad hoc steun aan grote ondernemingen valt nu ook onder de reikwijdte van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening en is er een nieuwe vrijgestelde steuncategorie: onderzoeksinfrastructuur (faciliteiten, middelen en verwante diensten die door de wetenschappelijke gemeenschap worden gebruikt om op hun respectieve vakgebied onderzoek te verrichten).
  • Hogere steunplafonds. De steunintensiteiten (het percentage van de kosten van het project waarvoor steun kan worden verleend) onder de O&O&I kaderregeling zijn als volgt verhoogd:
    • Fundamenteel onderzoek: 100%;
    • Industrieel en experimenteel onderzoek: 60-70% (grote ondernemingen), 70-80% (middelgrote ondernemingen) en 80-90% (kleine ondernemingen);
    • Onderzoeksinfrastructuur: 60%.
  •  Vereenvoudiging en rechtszekerheid.  De nieuwe kaderregeling biedt nieuwe of verbeterde beoordelingscriteria en uitleg over de volgende staatssteunbegrippen in het kader van O&OI:
    • het bestaan van marktfalen;
    • het stimulerend effect van de steun;
    • de proportionaliteit van de steunintensiteit;
    • de negatieve effecten van de steun;
    • het verschil tussen economische en niet-economische activiteiten;
    • het berekenen van marktconforme prijzen en een redelijke compensatie in geval van publiek-private samenwerking;
    • het voorkomen van indirecte staatssteunverstrekking door een  aanbestedingsprocedure.