Een hub-and-spoke kartel houdt in dat sprake is van samenspanning zonder dat er rechtstreeks contact is tussen concurrenten. Bij dit type overtredingen wordt de samenspanning gefaciliteerd door een derde (de ‘hub’). Op deze manier kan bijvoorbeeld prijsinformatie worden gedeeld tussen concurrenten (‘spokes’) via een klant of een leverancier die de informatie doorspeelt.

De opkomst van nieuwe digitale platforms leidt tot nieuwe vragen op dit gebied: zo bestaat er discussie of het taxiplatform Uber fungeert als ‘hub’ omdat dit prijsafstemming tussen de aangesloten taxichauffeurs zou faciliteren.

Wanneer is er sprake van een overtreding?

Het vaststellen van een hub-and-spoke kartel is juridisch complexer dan het vaststellen van een klassiek kartel, waarbij rechtstreeks afspraken worden gemaakt door concurrenten die de mededinging beperken. In beginsel is contact tussen een leverancier en een distributeur namelijk gerechtvaardigd, waardoor het uitwisselen van prijsinformatie in dat kader niet noodzakelijkerwijs op het bestaan van een kartel duidt. Wanneer echter via een derde indirect afspraken worden gemaakt tussen concurrenten of concurrentiegevoelige informatie indirect wordt uitgewisseld, wordt de concurrentie tussen deze concurrenten aanzienlijk beperkt. In de Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) merkt de Commissie dit soort informatie-uitwisseling als een kartelafspraak aan.

Wie kunnen beboet worden?

Belangrijk is dat zowel de partijen die onderling gedragingen afstemmen als de faciliterende partijen beboet kunnen worden door de Europese Commissie of de nationale mededingingsautoriteiten. De Belgische mededingingsautoriteit bijvoorbeeld legde in 2015 een bedrag van 174 miljoen aan geldboetes op aan achttien verschillende ondernemingen. Supermarkten en hun leveranciers die indirect informatie uitwisselden over de verhoging van verkoopprijzen en het tijdstip van doorvoering ervan werden vanwege kartelafspraken door de Belgische mededingingsautoriteit in 2015 beboet met een bedrag van 174 miljoen euro.

Is het mogelijk een schikking te treffen met de mededingingsautoriteit?

De praktijk laat zien dat dit soort zaken zich leent voor een schikking met de toezichthouder in de vorm van een toezeggingsbesluit. Zo kregen de ondernemingen in de zaak in België allemaal een vermindering van 10 procent op hun boete als gevolg van een schikking met de Belgische mededingautoriteit. De Nederlandse praktijk laat zien dat aanvragen voor toezeggingen in een fase waarin onderzoeken reeds hebben geleid tot boetebesluiten doorgaans niet in behandeling worden genomen. Het is dus van belang tijdig na te gaan of een schikking in de vorm van een toezegging aan de ACM tot de mogelijkheden behoort.

Emilie van Hasselt

Advocaat, VAN HASSELT LAW

Emilie heeft ruime ervaring op het gebied van Europees recht en (sector-specifiek) mededingingsrecht. Emilie begeleidt nationale en internationale spelers bij informatieverzoeken van toezichthouders zoals de ACM, AFM en DNB, onderzoek en handhavingstrajecten en voert procedures over onder meer boetes en marktregulering. Zij werkte ruim 17 jaar als advocaat bij grote internationale kantoren, deed ervaring op in Amsterdam en Brussel en startte in 2015 haar eigen advocatenkantoor. Emilie treedt met regelmaat op als pleitcriticus en doceerde jarenlang bestuursrecht in het kader van de beroepsopleiding advocatuur.

VAN HASSELT LAW

VAN HASSELT LAW is een onafhankelijk advocatenkantoor dat specialistische dienstverlening biedt op het gebied van Europees recht, mededinging en regulering. De klanten van VAN HASSELT LAW zijn internationale en nationale ondernemingen, advocatenkantoren, consultants en brancheorganisaties. De focus ligt op strategisch advies in gereguleerde sectoren en begeleiding van onderzoeks- en handhavingstrajecten door toezichthouders zoals ACM, AFM en DNB.