In het geval van eigenlijke agentuur is er meer mogelijk op het gebied van het mededingingsrecht, dan bij oneigenlijke agentuur of franchise. Met name bepalingen omtrent prijsstelling en afnameverplichtingen vallen bij eigenlijke agentuur niet onder het kartelverbod van de Mededingingswet.

Op grond van de Richtsnoeren Verticalen is er sprake van eigenlijke agentuur wanneer de agent geen of slechts minieme financiële risico’s draagt in verband met de contracten waarover hij onderhandelt of die hij sluit voor de principaal.