Verticale prijsbinding is het opleggen van een vaste verkoopprijs of een minimum verkoopprijs door een leverancier aan een afnemer. Verticale prijsbinding is verboden op grond van de Europese en Nederlandse mededingingsregels.

Het verbod geldt voor alle ondernemingen die in een verticale relatie (leverancier-afnemer). Dat is bijvoorbeeld het geval bij de relatie tussen een fabrikant en een importeur, maar ook tussen die van een groothandel en een detaillist.

Directe- en indirecte verticale prijsbinding

Als een vaste verkoopprijs of een minimum verkoopprijs wordt vastgelegd in een overeenkomst, dan is de overtreding van de mededingingsregels meteen duidelijk. Verticale prijsbinding heeft doorgaans een meer indirect karakter. Van het vertragen van leveringen, het koppelen van een voordeel aan een vast prijsniveau tot het (onlosmakelijk) weergeven van een prijs door de leverancier op het product.

Voorbeeld verticale prijsbinding

Een klassiek geval van verticale prijsbinding was aan de orde in de PO/Yamaha zaak die speelde bij de Europese Commissie. Yamaha Music Nederland verplichtte haar wederverkopers in Nederland om de adviesprijzen van Yamaha’s prijslijsten te gebruiken als verkoopprijs van Yamaha instrumenten. Yamaha Music Nederland legde die verplichting op via richtlijnen die aan alle wederverkopers werden verstrekt. De Europese Commissie heeft hiervoor een boete opgelegd aan Yamaha.

Verticale prijsbinding heeft aandacht toezichthouders

Het maken van verticale prijsafspraken heeft de aandacht van Europese mededingingsautoriteiten. De laatste jaren zijn er in Europa verschillende boetes uitgedeeld aan ondernemingen die de regels overtraden. De uiteindelijke hoogte van de boete verschilt naar gelang de zwaarte van de overtreding en de rol die de betrokken onderneming hierbij heeft gespeeld.