Per 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Deze wet voegt de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong samen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet.

Als een gemeente op grond van van de Participatiewet loonkostensubsidies aan werkgevers wil verstrekken om deze te stimuleren mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, dan is dat in principe geen staatssteun. Toch zijn er situaties denkbaar waarin een loonkostensubsidie wel staatssteun oplevert. Maar ook dan zijn er vaak goede mogelijkheden de subsidie alsnog in overeenstemming met de Europese staatssteunregels te verstrekken.

Wat zijn loonkostensubsidies?

Een loonkostensubsidie is een tegemoetkoming voor werkgevers in de loonkosten van werkzoekende uitkeringsgerechtigden. Gemeenten kunnen loonkostensubsidies inzetten om werkgevers aan te moedigen mensen met een arbeidsbeperking werk te verschaffen. Zo kunnen gemeenten op basis van de Participatiewet een gedeelte van het loon van uitkeringsgerechtigde personen voor hun rekening nemen. Op deze wijze wordt het voor werkgevers aantrekkelijker mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.

Levert het verlenen van loonkostensubsidies staatssteun op?

Vervolgens rijst de vraag of loonkostensubsidies op basis van de Participatiewet staatssteun opleveren in de zin van artikel 107, lid 1, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Uit dit artikel is een aantal voorwaarden af te leiden waar aan moet worden voldaan om een maatregel als staatssteun aan te kunnen merken. Deze voorwaarden zijn cumulatief. Dat wil zeggen dat een maatregel pas staatssteun oplevert als aan alle hieronder opgesomde voorwaarden is voldaan:

  1. de maatregel moet met staatsmiddelen ofwel overheidsmiddelen zijn bekostigd,
  2. hij moet ondernemingen een selectief economisch voordeel opleveren,
  3. het voordeel moet de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen, en
  4. de maatregel moet het handelsverkeer binnen de EU ongunstig kunnen beïnvloeden.

Met name ten aanzien van de tweede voorwaarde zijn de volgende conclusies relevant:

1.     Loonkostensubsidies zijn niet selectief
Loonkostensubsidies die op basis van de Participatiewet worden verstrekt, leveren geen begunstiging op voor bepaalde ondernemingen. De Participatiewet betreft namelijk een algemene maatregel op basis waarvan alle ondernemingen die in Nederland actief zijn in aanmerking kunnen komen voor loonkostensubsidies. Derhalve verleent de gemeente geenselectief voordeel – en dus geen staatssteun – door een werkgever een dergelijke loonkostensubsidie te verstrekken. Dit wordt anders indien gemeenten bij het verstrekken van loonkostensubsidies zelf selectieve criteria hanteren. Zo kunnen loonkostensubsidies, die alleen worden verstrekt aan werkgevers actief in bepaalde geografische locaties, wel staatssteun opleveren.

2.     Loonkostensubsidies leveren werkgevers geen economisch voordeel op
Ten tweede leveren loonkostensubsidies geen staatssteun op indien deze de betrokken werkgever geen economischvoordeel verschaffen. Dit is het geval als de loonkostensubsidie slechts bedoeld is om capaciteit, die de in dienst genomen werknemer niet kan leveren, te compenseren. Als de gemeente bijvoorbeeld 30% van het loon betaalt van een werknemer, die door een arbeidshandicap 30% langzamer werkt dan een reguliere werknemer, is er geen sprake van een bevoordeling voor de betrokken werkgever. Echter, indien een loonkostensubsidie een werkgever in staat stelt bovenop zijn werknemersbestand extra werknemers – ook al leveren die maar een beperkte capaciteit – aan te nemen, dan levert die loonkostensubsidie de betrokken onderneming wel een voordeel op en kan er sprake zijn van staatssteun.

Toch sprake van staatssteun? Maak dan de loonkostensubsidie alsnog ‘staatssteunproof’

Zoals hierboven is uiteengezet, kan het zo zijn dat een loonkostensubsidie staatssteun oplevert. Bijvoorbeeld omdat deze toch een selectief voordeel oplevert voor de betrokken werkgever. De Europese Commissie heeft echter duidelijk gemaakt dat het ‘bevorderen van … de aanwerving of tewerkstelling van kwetsbare werknemers en werknemers met een handicap … een kerndoelstelling van het economische en sociale beleid’ van de EU is. Hierdoor kunnen loonkostensubsidies die staatssteun opleveren vaak alsnog ‘staatssteunproof’ worden verleend. Dit zou kunnen op basis van de de-minimisverordening, de Algemene Groepsvrijstellingsverordening of de regels betreffende DAEB.

De de-minimisverordening

De Europese Commissie heeft voor relatief kleine steunbedragen de zogenaamde de-minimisverordening opgesteld. Op basis van deze verordening kunnen gemeenten over een periode van drie jaar tot € 200,000,- aan steun aan één onderneming verstrekken zonder dat er sprake is van staatssteun. De Europese Commissie acht dat zulke bedragen te klein zijn om het interstatelijk handelsverkeer ongunstig te beïnvloeden. Indien het voordeel dat een werkgever dankzij een loonkostensubsidie verkrijgt het de-minimisplafond niet overschrijdt, is er dus geen sprake van staatssteun.

Loonkostensubsidies op basis van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening

De Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) maakt het mogelijk om loonkostensubsidies ten behoeve van de indienstneming van werknemers met een handicap of zogeheten kwetsbare werknemers te verlenen. Indien de steun aan de voorwaarden die in de AGVV zijn uiteengezet voldoet, hoeft de steun niet bij de Europese Commissie te worden aangemeld. Decentrale overheden dienen de Europese Commissie slechts van de steun op de hoogte te stellen door middel van een kennisgeving.

Loonkostensubsidies als Dienst van Algemeen Economisch Belang

Uit de Commissie gids Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) uit 2013 volgt dat decentrale overheden diensten voor maatschappelijke integratie en arbeidsintegratie als DAEB kunnen definiëren. Compensatie hiervoor kan, indien deze voldoet aan alle voorwaarden uit het DAEB Vrijstellingsbesluit, staatssteunproof worden verleend aan een onderneming. Dergelijke steun is vrijgesteld van de verplichting tot voorafgaande aanmelding bij de Europese Commissie. Anders dan voor steun onder de AGVV geldt, hoeft steun die op basis van het DAEB Vrijstellingsbesluit wordt verleend ook niet te worden kennisgegeven aan de Europese Commissie. Gemeenten zouden loonkostensubsidies dus ook kunnen inrichten als compensatie voor de verrichting van een DAEB op het gebied van maatschappelijke integratie of arbeidsintegratie.

Bron: Europa Decentraal